Hulde aan mijn opa

23 May, 2010

Mijn opa heet Jan Merkx. Een man die niemand echt kent, maar door de hele wereld geroemd zou moeten worden. Een slecht begrepen man, met een lang verleden, die meer te bieden heeft dan vele van ons vandaag kunnen geven. Jan Merkx is een onbekend bijzondere man. Jan heeft een leven geleid dat niet te vergelijken is met het onze. Vroeg begonnen met werken, hard gewerkt, en altijd met het oog op de ander gericht geleefd. Slecht begrepen door vele, en vaak afgedaan als een norse, chagrijnige man. Maar wanneer we een kijk nemen in zijn versleten dagen word het duidelijk dat het karakter van Jan gevormd is door littekens uit zijn leven. Dat het geheel dan toch zo menselijk is gebleven is eigenlijk al getuige van zijn bijzondere persoonlijkheid. “Hij is wel een handvol denk ik” was het eerste commentaar dat mijn eerste echte vriendin kon geven nadat ze Jan had ontmoet. Ze was wel een beetje geïntimideerd, en vond hem ietwat grof, maar wel met een mysterieuze charme. Ook voor sommige in mijn familie word Jan afgedaan als een norse en enge man. Wanneer hij zegt dat een auto 5 wielen zou moeten hebben, dan is dat gewoonweg zo, Jan heeft namelijk een goede reden om dat te zeggen. Hij zegt zoiets niet zonder er goed over nagedacht te hebben. Wat betreft intelligentie zijn er niet veel mensen die Jan bij kunnen houden, zelfs op zijn oude dag is hij een formidabel tegenstander voor hij die het tegen hem op durft te nemen. Jan heeft geen gemakkelijk leven gehad. Geboren in het huis van Marinus Merkx en Wilhelmina (Mina) Kuypers, op 25 april 1923 aan (nu) de Posthoorn 1, was hij de eerste die het kinderdekentje mocht vullen. Al in zijn vroege jongere jaren als kind had hij de verantwoordelijkheid om de oudste te zijn. We spreken nu wel over de begin jaren van de 20ste eeuw. In de periode van begin 1900 was een telefoon niet gebruikelijk, een televisie onbekend, en de radio onbegrijpelijk. Men verplaatste zich met paard en wagen, en eten werd nog ouderwets gemaakt in een oven dat brandde op houtblokken die men zelf hakte. Een auto was een bijzondere luxe die niet voor iedereen was weggelegd. Afval was er niet veel, want elk onderdeel van de natuur werd gebruikt. De mentaliteit in de vroege 1900 was onvergelijkbaar met de huidige mentaliteit. Men zorgde voor elkaar, de beste buur was een vriend, en vrienden werden vriendelijk behandeld. Door samen te werken kon elke kleine gemeenschap overal doorheen slaan. Zat de boer krap bij kas? Dan ruilde hij een kip tegen wat flessen melk. En wanneer de buurman van de trap viel, ging je daar op bezoek om te helpen. Was de oogst te groot om door 1 boer binnen gehaald te worden? Dan kwam het dorp een handje helpen, want vele handen maakte licht werk. Door een eenheid te vormen kon een dorp van 100 mensen net zoveel werk verrichtten als menig fabriek vandaag de dag probeert te bereiken met dubbel zoveel personeel. In mijn interviews met mensen van deze periode is de slagzin “samen staan we sterk” een bekend begrip. Maar dit waren ook moeilijke tijden. In het vroege 1900 was het uiten van liefde een relatief begrip, vooral voor de hardwerkende boeren die weinig tijd hadden voor liefde. Een verhaal voor het slapen gaan, een knuffel wanneer je ziek was, of een begripvolle schouderklop van vader was een luxe. Een luxe die bijna ongewoon was. Tenslotte was dit een tijdperk van hard werken, en overleven. “Je werkte om te leven, en je leefde om te werken” heb ik menig mens, uit de tijd van Jan, horen zeggen. En wat je nooit hebt gehad, of gekend, is moeilijk om te geven. Daarnaast was Jan’s vader altijd baas, of moeder hem nou tegensprak, of kind hem tegensprak, het werd niet geduld. In veel gevallen eindigde een weerwoord met een klap in het gezicht, en soms werd die klap niet uitgedeeld met de blote hand, maar met een voorwerp. Het was dus duidelijk: vader was de baas in huis en die sprak je niet tegen. Ook voor Jan golden de normen en waarden van die tijd, en dat betekende dat Jan zowel de verantwoordelijkheid had om zijn vaders trots eer aan te doen, en om de klappen te vangen wanneer vader daar behoefte aan had. In de voetsporen staan van zijn vader maakte Jan een gevoelig doelwit. Al op jonge leeftijd trof het ongeluk de familie waarin Jan opgroeide. Toen Jan slechts 7 jaar jong was, overleed zijn moeder. Omdat het in die tijd niet gebruikelijk was hier over te spreken is de oorzaak tot op de dag van vandaag nog enigszins onbekend. Waarschijnlijk is ze gestorven in het kraambed, al dan niet aan een longontsteking. Gelukkig was de mentaliteit dermate dat een gezin in nood geholpen moest worden. Sowieso was het ongehoord dat een boer met kinderen alleenstaand zou zijn, dat hoorde niet. Voor deze reden kwam, kort na het verlies van moeder, de nicht van Jan’s moeder in het huishouden met de naam Jans Kuypers. Jan’s vader zou pas met haar trouwen rond de periode dat Jan zelf ook ging trouwen. Desondanks kan het niet makkelijk zijn geweest voor Jan om om te gaan met het verlies van zijn moeder op zo’n jonge leeftijd. Vooral wanneer je bedenkt dat emoties niet geduld werden, en Jan’s vader altijd wel een stok bij de hand had. Alhoewel er ernstige verhalen de rondte doen over Jan’s vader, klagen deed hij nooit, en doet hij nog niet. Ondanks zijn jeugd, en de dingen die hij heeft zien gebeuren heeft Jan altijd het respect voor zijn vader hoog gehouden door niet 1 klacht over hem uit te spreken. Als oudste in een gezin dat uiteindelijk 7 kinderen zou tellen was het Jan’s taak om zijn vader te ondersteunen in het huishouden, tot de rest oud genoeg was om zijn/haar bijdrage te leveren. Na Jan kwamen er 2 zussen, Anna en Miet, waarna 1 broer, Tinus, werd geboren en als laatst; kleine zus Stien. Na het verlies van zijn moeder, kreeg Jan’s vader 2 kinderen met zijn nieuwe vrouw; Jans: Wim Merkx en Arnold (Adje of Nol ) Merkx. Jan is een man die van staal is, die niet opgeeft, en pas klaar is wanneer het werk klaar is. In de tijd dat Jan opgroeide was het normaal om je dag te vullen met nuttigheden, tenslotte was het werk op de boerderij van zijn vader nooit klaar. Jan was een echte werker, voor en na de lagere school was hij de drijvende kracht achter de boerderij van zijn vader. Zijn ongekende kracht en werk talent werd al snel in de omgeving opgemerkt, en als een echte mensenvriend ging hij dan ook bij anderen aan de slag om daar het werk te doen. “Dat doe je toch gewoon?” hoor ik hem al zeggen. In de tijd van Jan was dit inderdaad vrij normaal, mensen zorgde voor elkaar, en hielpen elkaar waar nodig. Men moest elkaar bijstaan in tijden van nood. En als de jonge knaap met een onuitputtelijk vermogen om hard te werken, was het enigszins zijn taak om de boer verderop een handje te helpen. Bovendien was er weinig keuze, als Jan’s vader zei dat je dat moest doen, dan kon je daar als kind niet tegenin gaan. Je luistert naar je vader. Als tiener was Jan een bekendheid binnen de gemeente. Jan was voor zijn leeftijd een grote, lange, knappe man. Sigaretten en alcohol waren hem al snel bekend, waar hij tot op mate ook goed van kon genieten. Een veel verteld verhaal is hoe Jan zomaar ineens besloot om te stoppen, gewoon om aan te tonen dat je kunt stoppen wanneer je dit wil. Jan was ook een indrukwekkend slim persoon, zo is bekend dat hij samen met Jans de zaken regelde omtrent ‘Opa’s hei’. Ook ging hij voor zijn vader naar veemarkten om vee en paarden te verkopen voor zijn vader. Het mooiste detail bestaat uit het feit dat dit allemaal te voet werd gedaan. Jan liep van Haaren naar Den Bosch met het vee en de paarden, en vermaakte zich onderweg kostelijk met zelfverzonnen spelletjes. Zo sprong hij op diverse manieren op het paard, ging erop staan, eronder hangen, achter erop zitten. Die kennis heeft hij later nog goed kunnen gebruiken. ook is het benoemenswaardig dat Jan al op zijn jonge leeftijd de omgeving feiteloos kende. Hij had geen horloge, en geen plattegrond. Jan kon op unieke wijze aan de natuur zien waar hij zich bevond, en welke kant hij op moest. Later heeft hij zelfs meerdere malen aangetoond dat hij kon vertellen hoe laat het was door naar boven te kijken, en tegelijk kon voorspellen wat voor weer het ging worden. Ook voor Jan kwam de 2de wereldoorlog als koud water aan zijn knieën. Het leven werd moeilijk gemaakt door de Duitsers, en Jan moest, net als vroeger, hard werken om brood op de plank te brengen. Ook moesten andere mensen in het dorp geholpen worden, want als de een het goed had, kon die wel wat afstaan aan een ander. Zo werd alles eerlijk gedeeld. Helaas hadden de Duitsers de vervelende eigenschap om zichzelf wat ‘extraatjes’ te gunnen, ten koste van de bewoners. Er is een verhaal te noemen waarin de Duitsers een paard van Jan’s vader stalen. Jan ging hier meteen achteraan, en kon ze dankzij zijn kennis van de omgeving moeiteloos volgen. Uiteindelijk is hij omgedraaid omdat hij vond dat ze er nog goed vanaf gekomen waren. Ook moesten er in de tijd van de oorlog dingen gedaan worden die wat minder netjes waren. Zo Jan ging stropen en smokkelen. Dit ging uiteraard niet over drugs, maar over nuttige dingen zoals drank, voedsel en vlees etc. Daarnaast heeft Jan ooit een parachutist/machinist geholpen nadat deze zich ernstig verbrand had. Helaas kon de goede zorg niet veel verschil uitmaken dankzij de wonden die zoveel vocht afscheidde dat het stelpen bijna onmogelijk was. Jan was ook een welkome gast voor de onderduikers die zich in de rietlanden en akkers verstopte. Hij bracht ze eten en drinken. Jan had de unieke gave om aan de natuur te kunnen zien of er mensen waren of niet. In tegenstelling tot wat je zou mogen verwachten, was Jans (Jan’s vervangmoeder) ondersteunend in zijn geheime activiteiten, en hielp hem waar ze kon. Waarschijnlijk tot grote ergernis van de Duitsers in de regio. In deze tijd was Jan ook niet vies van stropen. Naast het jagen, was het een sport om de veldwachter een stap voor te blijven. Dankzij zijn kennis van het terrein was Jan de veldwachter vrijwel altijd een stap voor. Er zijn vele verhalen die de rondte doen, 1 van de leukste is de keer dat Jan de veldwachter had gezien tijdens het stropen. Hij legde zijn geweer neer, en pakte een houten nepgeweer. De veldwachter zag Jan uiteindelijk ook en pakte hem op. Beide werden laten op het bureau vreemd aangekeken omdat Jan enkel een houten nepgeweer had. Door gebrek aan bewijs hebben ze Jan laten gaan. Hoewel hun relatie een soort kat-en-muis spel was voor Jan, hadden beide mannen ook veel respect voor elkaar. Hoe ver men ook ging, men bleef eerlijk en respectvol tegenover elkaar. In deze periode gingen Jan’s zussen en zijn jongere broer het klooster in. Jan niet, die werkte liever. Ook Jan begreep dat je af en toe moest ontspannen. Wanneer de kermis in de buurt was ging hij hier dan ook even rondkijken, en een blokje noga halen. Op de kermis in 1949 vroeg Jan de lieftallige Toos Nijman of ze meeging in de draaimolen als hij een blokje noga voor haar kocht. Hierna was Toos verkocht aan de charmante man. Uiteraard had Jan meer te bieden destijds dan slechts een goede openingszin, door het harde werk had hij een goed gevormd lichaam, een sterk hart en een krachtige kaaklijn. In veel opzichten was Jan in zijn jongere jaren een zeer aantrekkelijke beer van een vent die van aanpakken wist. 7 maanden na de kermis kreeg Toos Nijman een ring om haar vinger, en werd zij “oma”. In 28 dec 1949 trouwde ze voor de wet in Haaren, en 7 januari 1950 voor de kerk in Den Haag. Rond deze periode trouwde Jan’s vader met de vrouw die in huis was gekomen: Jans Kuypers. Na het huwelijk verhuisde Jan’s vader naar Liempde om daar verder te leven met zijn nieuwe vrouw. Jan kon dan in zijn ouderlijk huis blijven wonen, waar hij en zijn kersverse vrouw Toos, nog jarenlang zouden blijven. Jan was een man van wonderen, en zo hield hij ook van de wonderen van het leven. Al snel na het huwelijk waar hij de dag van zijn leven had, kwam er het eerst kind om de hoek kijken. Als trotse vader, bruidegom en hard werkende man begon Jan zijn eigen gezin te stichtten en uit te breiden. Met Kees Merkx als eerste kind, zouden er uiteindelijk 9 kinderen geboren worden. Helaas stak een fikse hernia in 1957 een grote spaak in het geluk. Daarnaast kreeg Toos haar tweede miskraam rond deze periode, wat veel druk op ketel zette. Jan had heel veel pijn en werd geopereerd door dokter de Groot die hem ook vertelde om de boerderij weg te doen want hij mocht zijn rug niet meer te erg belasten. Dit was het einde voor Jan wat betreft zijn liefde voor het boeren leven. Wanneer we terug kijken naar de manier van leven destijds was dit een groot probleem. Jan, de sterke grote onverwoestbare beer was geveld. Een simpel klein probleempje met zijn rug zorgde ervoor dat zijn reputatie als stalen werkpaard in het water viel. Daarnaast werd het zorg dragen voor zijn gezin een probleem. Begrijp wel dat in deze periode de man voor het geld zorgde, en Jan ook zijn eer hoog had te houden. Wanneer je gewend bent geraakt om de kracht van Hercules in je lijf te hebben, en genoeg werk vermogen om 3 paarden te vervangen, dan kun je niet zomaar accepteren dat je voortaan rustig aan moet doen. Vermoedelijk heeft dit het leven voor Jan erg moeilijk gemaakt, en voor de nodige stress en pijn gezorgd. Want onder het krachtige en gespierde lijf van Jan, zat een hart. Het hart van een goede man wiens lust en leven bestond uit het bewerken en verwerken van het land. In de mid jaren 50 was er niet zoiets als een werkeloosheid uitkering. Jan, Toos en het gezin waren op zichzelf aangewezen. Zelfs het dorp en alle inwoners konden hier niet veel aan doen. Omdat Jan de man was die niets anders kende dan werken, zette hij zijn dokters voorschrift opzij, en ging weer aan het werk. Tenslotte moest iemand ervoor zorgen dat er brood op de plank kwam, en dat was Jan’s taak. Weg met die pijnlijke rug, en terug de boer op. Men vergeet soms hoeveel opoffering men maakt wanneer men het gezin voor zichzelf zet. De miskraam, die Toos in 1957 voor de tweede keer kreeg, maakte het allemaal niet makkelijker. Omdat Jan opgegroeid was in een periode waarin liefde en emoties een luxe waren, was het ook niet eenvoudig om als man hiermee om te gaan. Wanneer je zelf zoveel leed en pijn hebt gehad in je leven, kan het soms erg moeilijk zijn om een ander liefde en aandacht te geven die je zelf nooit gekend hebt. Daarnaast is de pijn die Jan zelf voelde waarschijnlijk ook verstikkend, omdat hij dankzij zijn hernia geen uitlaat klep had voor zijn pijn. Hij kon zijn energie niet meer kwijt waardoor het moeilijk was om zijn eigen verdriet een plek te geven. Toos leed hier ook onder, want zij had haar steun en liefde nodig. Waarschijnlijk heeft deze periode blijvende schade aangericht waarvan zelfs vandaag de dag de littekens nog te zien zijn. Desondanks bestaat er geen twijfel dat Jan houdt van zijn vrouw en kinderen, tenslotte heeft hij zijn lichaam gegeven om ervoor te zorgen dat het ze nooit ergens aan ontbrak. Jan ging aan de slag als vertegenwoordiger bij Coppens in Rosmalen, een doe-het-zelf zaak. Hierbij reed Jan als een echte heer in een zwarte Mercedes. Ook hierin blonk Jan uit, tenslotte moet je hetgeen dat je doet, goed doen, of niet doen. Jan was de enige vertegenwoordiger die alle klanten in zijn district uit zijn hoofd kende. Toch was het nette pak niet wie Jan was. Jan was de boer met zijn klompen aan, en zand in zijn haren. Nadat het 9de kind geboren was, verkocht Jan dan ook zijn boerderij in Haaren in 1963, en het hele gezin verhuisde naar Udenhout. Hier verruilde Jan zijn nette pak en zijn Mercedes voor een vrachtwagen en normale kleding. Als een echte ‘alleskunner’ was het besturen van de vrachtwagen net zo makkelijk voor Jan dan het rijden op een trekker of tractor. Toch kon hij het boeren leven niet opgeven, en nog jarenlang heeft hij wat dieren gehad om zo toch een klein beetje een boerderij te hebben. Jan’s liefde voor het boerenleven heeft ook verhalen achter gelaten. Zo begreep Jan heel goed dat 1 goede boer meer waard was dan 7 gewone mensen. Er zijn ook voorbeelden te noemen waarin Jan het liefste gestopt was met zijn werk, en een boer had gevraagd om één reep van het veld om te ploegen…. Één reep maar…. Om weer even als boer aan het werk te zijn. In de ogen van sommige van Jan’s kinderen heeft de oude wentelploeg dan ook een bijzondere betekenis verkregen. Er zijn ook momenten geweest waarop Jan een weekend naar Frankrijk ging, hier kon hij gaan kijken naar een nieuwe boerderij. Dit vooral omdat prijzen hier lager waren, en Jan dan alsnog zijn werk als boer voort kon zetten. Jan had niet alleen een ijzeren wil, maar ook een hoog ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. Zo vertelde Sjef van Rooij eens dat hij gebeten was door de hond van de buurman, die al meerdere kinderen had gebeten. Jan ging hier meteen naartoe, en vertelde de man dat de hond aan de lijn moest, anders zou hij de hond afmaken. De buurman luisterde niet, dus klom Jan over het hek en sneed de hond de keel door. Dat hij daarbij zijn handen tot op het bot open haalde maakte hem niets uit, het ging Jan om het feit dat de kinderen veilig moesten zijn. Ook is er een voorbeeld te noemen waarin Jan op bezoek was bij zijn dochter en kleinkinderen in Tilburg. Dit was tijdens de kermis van Tilburg, waar zijn dochter zeer vlak naast woonde. Toen Jan en Toos weer vertrokken reed er net op dat moment een vrachtwagen de verkeerde kant van de éénrichtingsstraat in. Jan bleef midden in de straat staan, en hoe de vrachtwagen chauffeur ook dreigde, Jan bewoog geen centimeter. Na vele minuten besloot de vrachtwagen chauffeur op te geven, en reed met moeite achteruit de straat weer uit. Bij Jan kon je altijd zeker zijn van hetgeen dat hij zei, wanneer Jan zei dat het veilig was om een trap op te lopen, dan kon je dat gewoonweg doen. Maar, als Jan zei dat je niet aan de dorstmachine mocht komen, dan moest je daar ook vanaf blijven! Meerdere malen heeft Jan bewezen aan zijn kinderen en kleinkinderen dat ‘niet luisteren’ niet veilig was. Niet dat je lijfstraffen kreeg, maar omdat je meestal je vingers eraan openhaalde, of lelijke kneuzingen opliep. Zolang je naar Jan luisterde was je altijd veilig. Er is echter een heel mooi verhaal waarin Jan eenmalig blij was met het feit dat niet iedereen altijd naar hem luisterde. Een dag op het veld zoals zo vele, Jan was aan het ploegen met zijn trouwe paard. Plots stopte het paard zonder dat Jan hier opdracht toe gegeven had, met forse hand maande hij het paard om verder te lopen. Het paard bewoog geen centimeter. Jan was verward, omdat hij niet gewend was dat dieren niet naar hem luisterde. Boos liep hij naar het hoofd van het paard toe om hem eens even duidelijk te maken wie de baas was. Daar zag hij zijn zoon Kees in de ‘voor’ liggen slapen. Zoon Kees was Jan aan het helpen, maar was van moeheid in slaap gevallen. Het paard weigerde over Kees heen te lopen, ook al was Jan de baas. In latere jaren gingen de kinderen langzaam 1 voor 1 het huis uit. De ene trouwde, de andere had minder geluk met de liefde. Allen met een goede baan of een riem onder het hart werd het ouderlijk huis verlaten. Iedereen met zijn eigen kleine deel dat Jan hen gaf. Wonende in Udenhout besloten Jan en Toos om in 1976 te verhuizen naar Ijselstein. Rond deze tijd waren alle kinderen al het huis uit. Vanuit Ijselstein zijn ze rond 1980 verhuisd naar Lennisheuvel. Tegen 1985 verhuisde zij nog eenmaal naar de overkant, naar Lennisheuvel 69 waar ze nu nog wonen. Helaas trof in 1994 een tweede drama Jan’s familie. Tijdens werkzaamheden aan zijn eigen boerderij verongelukte Rinus Merkx. De 3de zoon van Jan en Toos overleed ter plekke aan zijn verwondingen. Het was duidelijk dat deze klap een grote schokgolf door de gehele familie heeft geblazen waar Jan en Toos het zeer moeilijk mee hebben gehad. Jan zorgde ook voor unieke gebeurtenissen. Zo was Jan de eerst die een tomaat at, en was hij de eerste die een Fjordepaard uit zweden importeerde. Jan had bijzonder veel talenten voor 1 man, 1 daarvan was dat hij ook met paarden kon fluisteren. Wanneer een boer in de buurt een paard met problemen had, bracht men het paard naar Jan. Jan besteedde wat tijd met dit paard, en bracht het terug wanneer het zo mak als een lammetje was. Al tientallen jaren voordat iemand ooit een boek hierover schreef, kon Jan al met paarden overweg alsof hij met ze kon praten. Er is een verhaal over een paard, de Haflinger, die niet achteruit wou gaan. Uiteindelijk liet Jan eenmalig zien wie nu eigenlijk de baas was, en het paard was vanaf dat moment het beste paard dat iemand kon wensen. Daarnaast was Jan behalve indrukwekkend handig en technisch ook een alleskunner wat betreft rijden. Auto, trekker, tractor, vrachtwagen…. Het maakte allemaal niets uit voor Jan, het had allemaal een stuur en 4 wielen. Als het kon rijden, kon Jan het besturen. Werken was destijds het enige dat gedaan werd. Werken was je verantwoordelijkheid. Zelfs tijdens ontspanning werd er gewerkt, behalve op zondag. Op zondag lag Jan in zijn luie stoel te slapen. Van jongere leeftijd tot zijn oudere dagen zou de luie stoel een stuk in Jan’s leven zijn dat zíjn plekje werd. Ook wat betreft slim met geld omgaan was Jan een pionier. Zo ging hij dwars tegen de varkenscyclus in. Wanneer de varkens goedkoop waren, omdat er veel aanbod was, kocht hij er vele, tot grote verbazing van andere boeren die hem tot gek verklaarde. Wanneer de varkens weer meer geld waard waren, omdat ze minder in aanbod waren, ging hij zijn varkens dan verkopen. Een principe wat we vandaag de dag overal terug zien in de economische wereld. Na een brand in de boerderij, waarbij hij in zijn onderbroek ’s nachts naar de buren had moeten rennen voor hulp was hij de eerste in de buurt met een telefoon. Hij was ook snel met elektriciteit, toen buren nog gaslampen hadden, en met waterleidingen. Ook met het maken van een douche was hij erg snel. Hij had een neus voor zaken die belangrijk waren, zoals goed gereedschap. Voor hem en voor oma. Oma kreeg bv een hele dure pannenset en een heel duur naaimachine. Dat vond hij belangrijk. Ook een grote elektrische weckketel, waarin ook water warm gemaakt kon worden om te wassen (met een langzaamdraaier) kwam er, nog voor anderen dat hadden. Later zou Jan ook één van de eerste zijn met een auto, en mooie grote Bedford personenauto. Toen de kinderen wat ouder werd, voegde Jan ook een TV toe aan zijn lijst met bijzonderheden, waarmee hij ook daarin één van de eerste was. Uiteindelijk heeft Jan nog een NSU Prince gehad, die later in de tuin werd gezet voor de kinderen om mee te spelen. Jan heeft op zijn oude dagen altijd goed gezorgd voor zijn tweede moeder. Tot op haar laatste dag heeft hij voor haar klaargestaan, en hielp hij zoveel hij kon. Toch kon het onvermijdelijke niet uitblijven, en ook Jans werd terug geroepen naar de hemel. Tot zijn eigen verbazing was het verlies van Jans een zwaardere klap dan Jan verwachtte, die enige tranen niet kon onderdrukken tijdens de plechtigheid. In 2006 besloot Jan dat zijn lichaam het niet meer aankon. Het werd iets teveel om de hei te blijven verzorgen elke dag, en een opoffering moest gemaakt geworden; hij stopte met de hei. Zijn plek, zijn wereld vanaf zijn jongere jaren als kind. De wereld die hij met zijn eigen handen gevormd en geschapen heeft tot het plantsoen dat het vandaag de dag is. Dit zou vooralsnog het definitieve einde zijn van Jan’s werkzaamheden als boer. Persoonlijk. Jan is een ingewikkeld man, maar wel een juist man. Een lijfspreuk voor Jan zou kunnen zijn: “wat de een krijgt, moet de ander ook krijgen”. Zo leefde men vroeger, als de ene boer het makkelijk had, ging hij de buurman helpen die het minder makkelijk had. Wanneer iemand veel geld had, en iemand kende die geen geld had, dan moest dit eerlijk verdeelt worden. “Gedeelde smart, is dubbele smart”! Daarnaast heeft Jan veel geleden, zijn jeugd was niet makkelijk. Altijd maar werken, en zelden liefde of aandacht krijgen waar elk kind naar snakt. Hij had zelf als liefde zijn eigen plekje, zijn eigen haven; de hei. Maar sinds enkele maanden heeft hij de hei wegens zijn gezondheid moeten afstaan. De plek die hij van zijn vader kreeg om te onderhouden, een plek waar hij zijn eigen wereld kon maken. De plek waar Jan Merkx eventjes gewoon Jan merkx kon zijn. En als hij dan in zijn blote kont door het grasveld wou rennen om te voelen dat hij leefde, dan kon hij dat doen. Het is niet voor niets dat zelfs vandaag dit stuk grond nog altijd “Opa’s hei” word genoemd. Jan is ook het type man dat nadenkt over wat hij zegt. En jij moet dat ook doen volgens hem. Wanneer jij je verspreekt, word je daar ook op gewezen. Iets dat ik in mijzelf terug zie. Wanneer je zegt “ja, ik had het wel kunnen doen, maar ik mag het niet van de wet”, dan zeg ik “praat geen onzin, als het niet mag van de wet dan had je het toch niet kunnen doen? Je kunt toch niet doen wat niet mag?”. De andere partij denkt daar niet zo over na, maar ik en Jan juist wel. Wij zouden die persoon dan toch even erop wijzen dat je moet nadenken voor je je mond open doet. Bovendien voelt het voor Jan erg vreemd om iemand te ontmoeten die dommer is dan hijzelf, wat vervolgens ook tot een minachtende toon zorgt, terwijl Jan eigenlijk behoorlijk slim is. Dat ook wij ons weleens op die manier verspreken dat hebben we dan even niet in de gaten. Jan maakte je sterk! Jan zorgde ervoor dat je eelt op je ziel kreeg, en dat je tegen een stootje kon/kan. Ik weet zelf nog dat ik altijd graag in de schuur speelde met de skelter en de kleine driewieler. Maar ik moest dit altijd eerst vragen. Ooit op een dag vroeg ik of ik met de driewieler mocht spelen, maar stiekem ging ik spelen met de skelter. Toen de ketting van de skelter er afging, ging ik heel angstig naar Jan die ik vertelde dat de ketting van de skelter eraf lag. Jan zei “als je het eraf kan gooien, dan kun je hem er ook weer opzetten”. Huilend liep ik terug naar de schuur waar ik ging proberen om de ketting erop te zetten. Dit was mijn straf omdat ik niet had gevraagd of ik met de skelter mocht spelen. Ik heb mijn vingers opengehaald in de vele pogingen om de ketting erop te zetten, en zelfs na veel gesmeek kwam Jan mij niet helpen. Uiteindelijk kwam mij moeder mij alsnog helpen om de ketting erop te zetten. De ene persoon ziet dit als grof, en asociaal. Ik niet, ik heb namelijk op deze dag geleerd dat ik respect moet hebben voor Jan en zijn spullen. Andermans spullen zijn niet van mij, en daar mag ik niet zomaar aanzitten. Bovendien krijg je straf voor een reden, en moet je die straf accepteren en uitzitten. Niet stiekem hopen dat iemand je toch verlost van je straf. Die dag heb ik een hele belangrijke les geleerd. Iets waar ik hem nog steeds dankbaar voor mag zijn. Jan zou je kunnen vergelijken met het leger. Het mat je af, het kijkt hoever je kunt gaan en duwt je dan nog een stukje verder. Tegen de tijd dat je klaar bent, ben je kapot en gebroken, maar je kent jezelf beter dan ooit tevoren. Bovendien ben je hard geworden, en kun je nu de klappen van de wereld aan. Zo was Jan ook, hard, streng maar rechtvaardig en eerlijk. Straf kreeg je niet om eronderuit te komen, en regels waren gemaakt om op te volgen. Je moet geen onzin uitkramen, maar je moet gewoon zeggen waar het op slaat. Wanneer iemand knotsknieën heeft, dan moet je niet zeggen dat die persoon mooie knieën heeft, je moet zeggen dat die persoon knotsknieën heeft. Als iemand slecht werk heeft gedaan, dan moet je niet zeggen “mwa… het had beter gekund”, nee! Je doet iets goed, of je doet het niet! En als iemand slecht werk heeft gedaan dan doet diegene het maar opnieuw, tot het wel goed is. Daar leer je van. Maar niet zonder beloning, wanneer je een compliment kreeg van Jan dan wist je ook zeker dat je die echt verdient had, want die gaf hij niet zomaar. Een schouderklop moest je verdienen, en wanneer je hem verdiend had kreeg je die ook zeer zeker. ‘hoe minder je van iets krijgt, hoe meer waarde het heeft wanneer je het krijgt’ is een slogan die ik zou gebruiken om Jan’s beloning te omschrijven. Wat betreft liefde is dit voor Jan een gevoelig onderwerp. In zijn jeugd was liefde schaars en een luxe. En aan luxe werd niet gedaan. Daarnaast was Jan’s vader Marinus geen makkelijke man. Er werd gewerkt, geen onzin, en geen gedoe. Gewoon doen wat je moet doen, en ervoor zorgen dat hetgeen dat je doet goed gedaan word! Het verlies van zijn moeder kan voor Jan ook niet makkelijk zijn geweest. In een tijd waarin men niet met emoties werkte, was het niet gepast om je daardoor te laten leiden. Het wegdrukken van deze emoties zal dan ook tot op de dag van vandaag nog enige littekens achter hebben gelaten. Alhoewel het bekend is dat Jan’s vader een harde man was die zijn kinderen hardhandig opvoedde, zal Jan hier geen slecht woord over uitspreken. Nooit zul je hem horen klagen of horen zeggen dat zijn vader slecht was op wat voor manier dan ook, hij verteld het hoe het is, en iedereen moet zijn eigen conclusie daarvan maken. Het verlies van de 2 kinderen dankzij een miskraam was voor Toos en Jan een grote klap. Jan kon hier niet goed mee omgaan, en dit was erg zwaar voor hem. Voor Toos was dit ook erg pijnlijk, en het werd voor haar nog erger omdat Jan er niet over kon praten. Jan kon dus niets anders doen dan machteloos toekijken hoe zijn vrouw in pijn wegzakte. Hij wou er best iets aan doen, maar hij kon niet, hij wist niet hoe, hij durfde niet. Dit heeft de relatie onderling erg moeizaam gemaakt, maar omdat Jan eenmalig zijn woord had gegeven zou hij dat woord niet breken. Hij en Toos zouden bij elkaar blijven. Sommige verwijten dit aan het feit dat Toos en Jan gelovig zijn, ik ben het hier niet mee eens. Na enig onderzoek kan ik concluderen dat Jan veel waarde hecht aan zijn belofte. Tijdens het trouwen heeft Jan gezegd dat hij door dik en door dun bij Toos zou blijven, en voor haar zou zorgen. En dat zal hij doen ook! Al gaat hij er zelf aan onderdoor, Jan heeft een belofte gemaakt, en hij zal die volbrengen ook! Daarnaast heeft Jan respect voor het feit dat Toos ondanks alle tegenslag bij Jan is gebleven, en nooit weg heeft willen gaan. Toos’ belofte is goud waard. Jan zal ook nooit klagen over Toos, misschien een beetje zeuren, maar nooit klagen. Alhoewel Jan moeite heeft om zijn gevoelens te tonen, is het dus duidelijk dat Jan wel veel liefde en goedheid in zich draagt. Hij heeft enkel een probleem om dit naar buiten te brengen. Maar….. geef Jan een baby in zijn handen, en hij is weer die trotse vader die zoveel jaren geleden zijn eigen eerste kind in zijn armen hield. Jan is ook een man die weet wat goed is. Hij zal niet vaak iets belonen, maar wanneer hij dat doet, doet hij dat goed. Al dan niet op zijn eigen unieke manier. Zo weet ik nog heel goed dat hij Toos eens totaal in het zonnetje heeft gezet. Toos was verkozen tot vrijwilliger van het jaar van de gemeente Boxtel. Hij had ervoor gezorgd dat iedereen zich zou verzamelen in het gemeentehuis, en Toos een smoes verteld waarom ze daar naartoe moesten gaan. Toen Toos binnenliep, en de verassing duidelijk werd, werd het haar even teveel. Jan sloeg zijn arm om haar, en stelde haar met een grote lach gerust.... het was echt waar, iedereen hier was voor haar gekomen. Jan had zijn vrouw eens in het zonnetje gezet, en gegeven wat ze verdiende. Bovendien werkt Jan als sinds jaar en dag bij een bejaardentehuis waar de bewoners erg tegen hem op kijken. Hij heeft hun leeftijd, maar komt als vrijwilliger meehelpen om deze mensen een fijne dag te bezorgen. Dit is zijn taak, en zijn verantwoordelijkheid als bewoner; om zijn leeftijd genoten een handje te helpen, precies zoals Jan vroeger deed bij de buren. “Dingen die niet kapot zijn moet je niet maken”. Een idee dat vooral in Jan’s jeugd bekend was. Veel dingen konden gemaakt worden, het was dus volledig onzin iets te laten vervangen als het nog goed was. Gereedschap kun je pas weggooien als het echt onbruikbaar is. Een auto kun je ook pas weggooien als het echt niet meer te maken is. Waarom moet je je geld verspillen aan iets dat nog te maken is? Ook vandaag de dag kun je dit nog zien. Jan zal niet snel een nieuwe auto kopen, en ook spullen voor in de keuken hoeven niet nieuw of bijzonder te zijn. Als ze doen wat ze horen te doen, dan is het goed. Meer is niet nodig. Een nieuwe auto is luxe, en luxe is niet noodzakelijk. Zuinig aan doen, elk laatste beetje gebruiken, en optimaal gebruik maken van de dingen om je heen, dat is noodzakelijk. Zo is het ook opmerkelijk dat Jan geen favoriet heeft. Hij heeft geen favoriete auto en geen favoriet kind. Jan houdt van alles evenveel, en zolang het doet wat hij ervan verwacht is het goed. Misschien had hij een favoriet paard, maar dat betekent in zijn woorden niet dat het daarmee ook beter was dan een ander paard. Jan is ook bijzonder veelzijdig. Jan deelt samen met sommige anderen de mentaliteit “ik kan alles”. En dit heeft hij ook bewezen. Hij heeft als vertegenwoordiger gewerkt, als boer, als vrachtwagenchauffeur. Hij is vader, vriend en als kind een echte vlerknozem. Jan houdt van een geintje, en lichte ondeugd, maar je moet goed weten wanneer je serieus moet zijn. Jan werkt met liefde bij het bejaardentehuis, want het is zijn taak als bewoner van Boxtel om zijn steentje bij te dragen. Jan is handig, zeer handig, en kan met zijn handen bijna net zoveel als wat hij met zijn woorden kan zeggen. Daarnaast is Jan slim, tenslotte heeft hij de wereld zien groeien en zien bloeien. Jan was erbij toen de auto betaalbaar werd, sterker nog, hij was één van de eerste die een auto had. Hij deed zelf reparaties aan de trekker en zijn gereedschap, en binnenhuis kon hij ook praktisch alles zelf doen. Hij was er bij toen de eerste tv in de straat kwam, hij was zelf namelijk één van de eerste personen die een tv kocht. Jan heeft misschien geen hoge opleiding gevolgd, maar hij begrijpt de natuur, kan de tijd lezen wanneer hij naar boven kijkt en kijkt dwars door je heen. Wat betreft academisch niveau heeft Jan geen indrukwekkende papieren, maar wanneer men gaat kijken naar de dingen die Jan kan en heeft gedaan, dan begrijp je dat geen enkele universiteit op de wereld hem zoveel had kunnen leren. In tegenstelling tot wij zelf denkt, is Jan is hoogbegaafd op zijn eigen manier, een manier waar vele jaloers op zijn. Alhoewel Jan niet altijd makkelijk was om mee te leven, was Jan een goede vader, opa, bruidegom en medewerker. Hij zorgde er dan ook voor dat zijn kinderen het aan niets tekort kwam. Tenslotte was dit zijn taak als vader, om voor de kroost te zorgen. Ook vandaag de dag zorgen Jan en Toos nog goed voor hun kinderen, en helpen ze waar ze kunnen. Kinderen uit Jan’s gezin hadden allemaal een gedegen opleiding, en school werd goed geregeld. Ze telt het gezin van Jan een Kraamvrouw, Neuropsycholoog, Wiskunde leraar, Klusjesman, Boer………. Daarnaast kunnen zijn kinderen de wereld aan. Ze kwamen misschien uit een ander milieu, maar ze konden de klappen van de wereld aan zonder te bezwijken. Het was wel hard werken bij Jan, tijd voor hobby’s was er niet, want die tijd kon je beter vullen met nuttig werk. Tv kijken mocht bijvoorbeeld wel, maar alleen wanneer je tegelijkertijd iets nuttigs deed, zoals sokken stoppen. Jan is eigenlijk altijd heel gewoon gebleven. Hij houdt niet van bombarie. Tenslotte deed hij niets bijzonders wat een andere boer niet deed, Jan was alleen iets beter erin dan de meeste boeren, maar het was niet bijzonder in zijn ogen. Daarnaast hoorde je het gewoon te doen, je moet goed gebruik maken van je talent, en dit delen met diegene die het nodig hebben. Samen stond je tenslotte sterk. Ook een artikel zoals dit zou bij Jan gemixte gevoelens oproepen. Natuurlijk is het fijn om erkenning te krijgen, maar Jan houdt niet van complimenten, want een ander heeft dit net zo goed verdient. Ook complimenten horen eerlijk verdeelt te worden. In Jan’s leven waren veel mensen betrokken, en ook veel mensen die Jan hebben proberen te helpen. Deze mensen zouden eigenlijk ook een compliment moeten krijgen in zijn ogen. Het feit dat Jan liever zichzelf opoffert voor een ander is in mijn ogen een eigenschap die helaas zeer zeldzaam begint te worden, maar toch door hem in perfectie is uitgevoerd. Zover mijn bronnen duidelijk kunnen maken geeft Jan liever zijn laatste cent aan een ander, dan aan zichzelf. Zo ook voor zijn kinderen. Hij heeft liever dat zijn kinderen klaar gestoomd worden om de wereld aan te kunnen, dan dat hij daar zorgen over moet maken. En wanneer hij met zijn harde aanpak de liefde van zijn kinderen kwijtraakt, dan maakt hij dat offer. Het is belangrijker dat zijn kinderen de klappen van de wereld aankunnen, dan dat ze van hem houden. Misschien niet de beste aanpak, maar wel een aanpak die geboren is uit een hart dan niets anders wil dan het beste voor zijn kinderen. Wanneer hij dit leest, of praat over dit artikel zal hij waarschijnlijk een beetje onverschillig reageren; hij vind het wel leuk, maar iedereen in zijn leven zou hier eigenlijk deel van uit moeten maken. Tenzij er dingen beschreven staan in dit verhaal die niet kloppen, dan zal Jan uitgebreid laten merken dat het niet goed is. Hij zou bijna willen zeggen ‘doe het maar opnieuw’. ‘je doet is goed, of je doet het niet’, is zijn nobele werkwijze. Mijn persoonlijke mening. Als kind heb ik Jan altijd eng, dominant en nors gevonden, maar wel met een mysterieuze kant. Ik heb Jan altijd gezien als de onbekende held, ik had het gevoel dat Jan eigenlijk één van de grootste helden van Nederland was, maar anoniem wou blijven. Denk maar aan oom Dagobert uit de Donald Duck strip. Oom Dagobert leeft eigenlijk een saai leven in de huidige strip, hij is steenrijk, en verslaat af en toe de zware jongens of zwarte Magica. Toch is er een hele verzameling verhalen uitgebracht over oom Dagoberts jeugd, waarin je ineens leest dat hij deel heeft uitgemaakt van de grootste gebeurtenissen in de wereld, en dat hij verantwoordelijk is voor het schapen en vormen van de wereld zoals die nu is. Oom Dagobert is dus eigenlijk een onbekende held, een mysterieus verleden waar je geweldige boeken over kunt schrijven. Zo ook Jan, hij kent de Campina beter dan de boswachter, en hij kan je meer vertellen over het boerenleven dan alle boeren uit Heukelom samen. Jan is ook nooit klaar met vertellen over vroeger, hij kan uren vertellen over hoe de wereld vroeger was, en hoe hij en ‘Wimpke dú kunningk’ (Wim de koning) allerlei fratsen uithaalde. Jan is voor mij zoiets als een granaatscherf uit de eerste wereld oorlog. Stel nou eens dat die granaat scherf kon praten, dan zou die boeken vol kunnen praten over de dingen die hij gezien heeft in de oorlog. Toch is dit een voorwerp dat je met respect benaderde. Jan is niet anders, je benaderd hem met respect, en in zijn huis luister je naar zijn regels. Maar ondanks de verplichte handschoenen is Jan iemand die de wereld heeft zien groeien, veranderen en je verhalen kan vertellen over avonturen die wij alleen maar kunnen bedenken. Ikzelf kan mij hier goed in vinden. In 2006 besloot ik met de horizon te vertrekken en weg te lopen. In die ruim 2 jaar die hierna volgde reisde ik door continenten zoals India, Azië, Zuid-Amerika, Australië en nog veel meer. In deze tijd heb ik dingen gezien, gevoeld, gehoord en meegemaakt die in geen enkel boek omschreven kunnen worden. Ook ikzelf kijk naar mijzelf als een doodgewoon normaal doorsnee mens, maar wel een mens die meer kan vertellen over de wereld dan enig ander persoon kan. Toch vallen ook mijn verhalen in de grote poel der vergetelheid wanneer mijn tijd komt. Om dit verval te voorkomen bij een man zo intrigerend zoals Jan, besloot ik dat er eens en voor altijd een licht geworpen moest worden op zijn leven. Jan is een man die je pas kunt begrijpen als je het hele verhaal kent, pas dan vallen de puzzelstukjes op zijn plek, en zie je de magie achter zijn door de wereld getekende gezicht. Ook ben ik enigszins jaloers op Jan, hij is geboren in een tijdperk waarin de wereld nog gevormd kon worden. Er konden uitvindingen gedaan worden, en men werkte met de handen. Het was het tijdperk van mogelijkheden. Bij een sollicitatie keek men naar hoe hard je kon werken, niet naar wat er op een stukje papier stond geschreven. Daarnaast hielp men elkaar, en stond men klaar voor elkaar. Nederland moest 1 geheel vormen, zo was zij het sterkste. Een mentaliteit die vandaag de dag erg ver te zoeken is. Tegenwoordig leeft men voor zichzelf zonder oog voor een ander. In Jan’s tijd had men juist net alleen oog voor de ander, je was samen een team, en dat team functioneert het beste wanneer iedereen op volle kracht is. Ook Jan maakte fouten. Jan is zeker niet perfect. Er zijn momenten waarop ik denk “is het echt nodig om nu zo streng te zijn”. En er zijn ook verhalen waarin ik Jan’s fout zie. Maar net zoals elk mens op deze aardbol is Jan niet perfect, een mens mag fouten maken. En wanneer een mens een gezin te runnen heeft, en in een tijdperk leeft waarin een man nog echt een vent moest zijn, dan zijn fouten niet te voorkomen. Ook is Jan soms koppig, soms zelfs een beetje erg vaak. Er zijn nieuwe uitvindingen die Jan niet begrijpt of kent, en het is dan moeilijk om dit te vergelijken met de manier hoe het vroeger ging. Waarom een auto airco moet hebben is hem ook onbekend, tenslotte hadden mensen dit vroeger ook niet, en daar was niets mis mee. De wereld om Jan heen is veranderd, en leeft nu met een andere mentaliteit. Jan is niet veranderd, Jan is zoals Jan is. En het kan soms moeilijk zijn om die mentaliteit te mixen met de nieuwe mentaliteit. Zo kan ik mij nog een discussie herinneren die ik vele lange jaren geleden ooit met hem had. Het ging hier over elektriciteit, iets waarvoor ik zelf op school zat. Jan was van mening dat het onzin was dat men duur koper gebruikte voor elektriciteit, waarom niet gewoon het goedkopere staal? Nadat ik probeerde uit te leggen dat de weerstand van koper bijzonder geschikt is hiervoor, werd dit van tafel geveegd omdat Jan het er niet mee eens was. Geen argument of uitleg, Jan vond gewoon dat dit niet zo was. Hij zou zich niet de les laten lezen door een snotneus van 16 jaar. Aan de ene kant is dit enorm frustrerend, want het is erg vervelend wanneer je gelijk hebt, maar dit niet krijgt. Toch heeft Jan me op zijn eigen unieke manier geleerd dat sommige mensen de wereld gewoon op een andere manier zien, en daar moet je gewoon mee om kunnen gaan. Wat dat betreft deel ik dat karakter trekje met Jan, ik probeer mijzelf zo ruim mogelijk te scholen in zoveel mogelijk vakken en onderwerpen. En wanneer ik iemand tegenkom die mijn kennis deelt over een onderwerp ga ik hier graag een gesprek over aan. Maar, wanneer deze persoon de feiten anders geïnterpreteerd heeft dan mij, dan zit hij fout en ik niet. Bovendien vind ook ik het vreemd wanneer ik iemand spreek die dommer lijkt dan mij, want dommer dan mij kan bijna niet. Ook mijn toon veranderd op dat moment in een minachtende toon. Wat dat betreft is het duidelijk dat koppigheid en trots in de familie is blijven hangen, een eigenschap waar ik eigenlijk wel een beetje trots op ben. Daarnaast mag ik niet vergeten dat Jan ruim 80 jaar ervaring heeft op deze planeet, waartegen ik slechts 26 jaar ervaring met me meedraag. Desondanks heb ik er weinig problemen mee dat ik qua gedrag steeds meer op Jan begin te lijken. Jan is geen norse man. In tegenstelling, Jan is best een zachte lieve man. Jan is een kei met baby’s, hij legt dat kleine mensje op zijn gigantische handen en kan daar echt even van genieten. Op dat moment komt de trotse vader in hem weer even naar boven. Daarnaast verzorgt Jan met liefde en plezier de mensen in het bejaardentehuis waar hij vrijwilliger is. Hier kijkt men tegen hem op, en word hij gerespecteerd, zoals het hem ook toekomt. Hij zorgt er zoveel mogelijk voor dat zijn kinderen het aan niets ontbreekt, waar hij kan helpen zal hij helpen. Bovendien houdt Jan ook echt wel van een geintje. Zo mochten wij als kleinkinderen altijd grapjes maken over zijn flaporen. Hij moest dan zo hard lachen dat zijn omhoog geduwde wangen zijn ogen dichtknepen. Je kon zijn grote harige wimpers dan ook als kwasten boven zijn bril uit zien steken. Maar net als iedereen, moest je wel weten wanneer het genoeg was! Als de lol voorbij was, was het ook over. Wanneer we eens een hutspotfeest organiseren, is het Jan’s taak om voor de worstjes te zorgen. Hij slaagt er dan ook elke keer opnieuw weer in om de heerlijke worstjes gaar te braden boven een simpel vuurtje met die unieke ‘Merkx’ smaak aan het vlees. Ook mogen we op elke verjaardag, zoals getrouw, taart aantreffen, slagroom en mocca taart wachten op het aanrecht al om aangesneden te worden bij binnenkomst. Wanneer Toos haar special bowl maakt, en haar unieke kippensoep maakt is het uiteindelijke plaatje compleet. Jan Merkx is een bijzondere man. Naast zijn falen en tekortkomingen heeft Jan zijn hele leven gevochten voor zichzelf, maar vooral ook voor anderen. In elk opzicht kijk ik op tegen Jan, en ik niet alleen. Zelfs zijn fouten kan ik respecteren, tenslotte zijn zowel de goede als de slechte eigenschappen van een mens hetgeen dat hem uniek maakt. Voor mij persoonlijk zie ik Jan als een man die ondergewaardeerd word, en nooit de dank en gratie heeft ontvangen die hij wel verdiend heeft. Dit artikel is geschreven met goede hulp van buitenaf. Hiervoor wil ik als schrijver mijn bronnen bedanken voor hun uitgebreide informatie. Willy Merkx, Nelly Merkx, Kees Merkx, Wim Merkx, Sjef van Rooij. Ikzelf bedankt Jan voor het zijn van opa, en mij een verhaal te geven om te schrijven. Geschreven: Vincent van Rooij, 2010.

2 Reacties over “Hulde aan mijn opa”

  • Wim says:

    Vincent, Ik kan bewijzen dat Jan op zijn paard staat.
    Ik heb daar een foto van gevonden !!!!

  • Anna Maria Merkx says:

    Veel interessant werk heb je verricht hoor!
    Succes met alles verder.

Laat een reactie achter

Ga naar boven.